Salon Wizard
nl
Start gratis
Een eigen tattooshop beginnen: vergunning, hygiëne en je eerste agenda

Een eigen tattooshop beginnen: vergunning, hygiëne en je eerste agenda

9 min leestijd

Een tattooshop beginnen draait in Nederland om één vergunning: zonder GGD-vergunning voor je ruimte mag je daar niet tatoeëren, hoe sterk je portfolio ook is. Dit artikel loopt de vergunning, de hygiënecode, de regels voor inkt en jongeren, de belastingen en je prijsopbouw door, met bij elke regel de bron.

Tattoo-afspraken coördineren?

Coördineer intake, langere sessies, artiestprofielen, galerie en klantdata.

Bekijk tattoostudiosoftware

Tatoeëren is in Nederland geregeld via de Warenwet, en de regels zijn concreter dan in de meeste andere salonberoepen. Er is een vergunningplicht, er is een aangewezen hygiënenorm, er zijn verboden kleurstoffen en er zijn leeftijdsgrenzen. Tegelijk ontbreekt iets wat je misschien zou verwachten: een verplichte opleiding.

Wat hier staat, is nagelezen in het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen en de bijbehorende regelingen op wetten.overheid.nl, en bij het RIVM, de NVWA, Rijksoverheid, Ondernemersplein en KVK. Het gaat over Nederland; in België gelden eigen regels. Werk je met permanente make-up of piercings, dan geldt veel hiervan ook voor jou.

1. Tatoeëerder worden: geen diploma, wel een vergunning

Een verplicht diploma is er niet. KVK schrijft: „Er zijn geen officiële opleidingen voor tattoo artists. Een diploma is dus ook niet verplicht.” De Europese norm NEN-EN 17169, die in Nederland als hygiënecode is aangewezen, vraagt wel dat tatoeëerders een opleiding hebben gevolgd, maar die eis is hier voorlopig uitgezonderd. Het RIVM legt uit waarom: „Dergelijke opleidingen bestaan op dit moment nog niet of nauwelijks in Nederland: zij worden de komende jaren ontwikkeld.” Reken er dus op dat die uitzondering niet voor altijd is.

De echte drempel is de vergunning. Het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen bepaalt in artikel 3: „Een ondernemer beschikt over een vergunning van Onze Minister voor het gebruik van tatoeage- of piercingmateriaal in de ruimte waar de materialen gebruikt worden of zullen worden of die voor het gebruik van de materialen is ingericht.” De vergunning hoort dus bij de ruimte, niet bij jou als persoon. Alleen wie uitsluitend oorlellen pierct, is vrijgesteld. Permanente make-up en cosmetische tatoeages vallen volgens Rijksoverheid ook onder tatoeages.

Ken de leeftijdsregels uit je hoofd voordat je opent, want aan de balie word je erop getoetst. Rijksoverheid vat ze zo samen: bij kinderen onder de 12 is een tatoeage of piercing verboden; jongeren van 12 tot 16 mogen alleen een tatoeage met toestemming van de ouders, die ook aanwezig moeten zijn; een tatoeage op hoofd, hals, polsen of handen is voor die groep niet toegestaan; vanaf 16 jaar beslissen jongeren zelf. Het RIVM meldt daarbij dat artikel 24 van de Warenwet wordt gewijzigd „om aan te sluiten bij de leeftijdsgrenzen in de NEN-EN norm”. Controleer daarom vlak voor je opening wat op dat moment geldt, en leg in je studio vast hoe je leeftijd en toestemming controleert.

Je portfolio overtuigt de klant, maar pas de vergunning maakt van je ruimte een studio.

2. De GGD-vergunning, KVK en belastingen

De vergunning vraag je aan bij de GGD van de gemeente waar je ruimte ligt; zo staat het in artikel 2 van de Warenwetregeling tatoeëren en piercen. Na je aanvraag komt een medewerker van de GGD controleren of je locatie aan de eisen voldoet. Keurt de GGD je ruimte goed, dan is de vergunning drie jaar geldig. Ze is gebonden aan één locatie, dus met een tweede studio of een verhuizing begint de aanvraag opnieuw. De vergoeding voor de aanvraag, de retributie, staat in artikel 5 van dezelfde regeling. De hoogte hangt af van wat je aanvraagt, onder meer of je met wegwerpartikelen werkt, en er komt een bedrag per kwartier bij voor de reistijd van de toezichthouder en voor vervolgonderzoek als hij bij de eerste controle gebreken vindt.

Plan de aanvraag daarom ruim vóór je openingsdatum: tot de vergunning er is, mag je in de ruimte niet tatoeëren. Werk je op een beurs of evenement, dan geldt een aparte route; volgens Ondernemersplein moet de organisator van het evenement een vrijstelling van de vergunningplicht aanvragen.

Je inschrijving bij KVK doe je in de week voor of de week na je start, na een online formulier en een afspraak waarbij je je identiteitsbewijs meeneemt. De Belastingdienst krijgt je gegevens automatisch en stuurt je btw-nummers. Tatoeëren staat niet op de lijst van diensten met het verlaagde tarief, dus je rekent het algemene btw-tarief van 21 procent. De kleineondernemersregeling kan bij een kleine start interessant zijn, maar je krijgt dan de btw op je sterilisator, machines en inrichting niet terug; reken het na voordat je je aanmeldt.

Voor de inkomstenbelasting geldt het urencriterium van minimaal 1.225 uur per kalenderjaar voor de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek. En bewaar je administratie zorgvuldig: volgens artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen worden de stukken zeven jaar bewaard.

3. Studio, hygiënecode, inkt en klantinformatie

Voordat je een ruimte huurt, controleer je in het omgevingsplan van de gemeente of een tattooshop daar mag; dat zoek je op via Regels op de kaart in het Omgevingsloket. Kijk daarna met de hygiënecode in de hand of de ruimte geschikt te maken is, want de GGD beoordeelt de ruimte zelf.

Die code is de norm NEN-EN 17169 „Tatoeëren en PMU – Veilige en hygiënische praktijk”, die de minister als veiligheidscode heeft aangewezen. Volgens het RIVM is de Nederlandstalige versie binnen Nederland online te raadplegen via de site van het RIVM, samen met de Nederlandse uitzonderingen en aanvullingen. Twee aanvullingen springen eruit: voor het desinfecteren van de huid gebruik je een huiddesinfectiemiddel met een RVG-nummer, en voor het afdekken van de wond na afloop noemt het RIVM een beperkt aantal toegestane manieren, die je in je nazorgprocedure overneemt. Pierce je ook, dan gelden daarnaast de hygiënerichtlijnen van het LCHV voor piercen.

Voor inkt is de NVWA de toezichthouder. De inkt moet steriel zijn, en de Europese REACH-verordening bepaalt welke stoffen er niet in mogen zitten. Sinds 1 januari 2023 zijn ook de kleurstoffen Pigment Blue 15:3 en Pigment Green 7 in Europa verboden. Op het etiket horen onder meer het adres van de fabrikant of importeur in Nederland of Europa, de ingrediënten, de houdbaarheidsdatum, het batchnummer en de tekst „Mengsel voor gebruik in tatoeages of permanente make-up”. De NVWA adviseert: „Vraag aan de leverancier of de inkten voldoen aan de wetgeving, en ook waar dit uit blijkt.” Gebruik je inkt die niet voldoet, dan riskeer je een boete.

Er is ook een informatieplicht. Volgens artikel 6 van de Warenwetregeling moet er in je studio schriftelijke informatie zijn over de gevaren voor infecties en andere complicaties, over de verzorging van de wond en over de risico’s bij gezondheidsklachten. De klant krijgt die informatie tijdig vóór de behandeling, en als een ouder of voogd meekomt, krijgt die haar ook. Leg daarnaast in een vast schema vast wat er wanneer gebeurt: machine en snoeren afdekken met folie, inkt in wegwerpcupjes, naalden alleen steriel en pas openen waar de klant bij is, gebruikte naalden direct in een naaldencontainer, herbruikbare instrumenten steriliseren en de vrijgave noteren. Het hygiëneplan-sjabloon heeft een variant voor tattoo- en piercingstudio’s die deze onderdelen al bevat.

4. Kosten en prijs per sessie

Een tattooshop heeft een kostenopbouw die afwijkt van een kapsalon: veel vaste voorbereiding per klant, lange sessies, en onbetaalde uren aan ontwerpen en consulten. Breng de kosten daarom zo in kaart:

  • Vergunning en inrichting: de retributie voor de GGD-vergunning, die je elke drie jaar opnieuw aanvraagt, en het geschikt maken van de ruimte volgens de hygiënecode.
  • Apparatuur: machines, voedingen, een sterilisator als je herbruikbare instrumenten gebruikt, verlichting en een behandelstoel of -bank.
  • Per sessie: steriele naalden of cartridges, inktcupjes, afdekfolie, handschoenen, huiddesinfectie, nazorgmateriaal en de inkt zelf.
  • Vaste lasten: huur, energie, verzekeringen, software, boekhouder en de afvoer van naaldencontainers.
  • Onbetaalde uren: ontwerpen, consulten, social media en administratie; ze kosten je tijd, ook als ze niet op de rekening staan.
  • Je eigen inkomen, met een reserve voor belasting, pensioen en ziekte.

Er zijn twee gangbare manieren om te prijzen. Met een uurtarief deel je vaste lasten, inkomen en de onbetaalde uren door het aantal uren dat je werkelijk tatoeëert, en tel je per sessie het materiaal erbij op. Met een stukprijs schat je per ontwerp de tijd en reken je het tarief vooraf door. In beide gevallen hoort er een minimumprijs bij, omdat opbouwen, afdekken, opruimen en desinfecteren bij een klein ontwerp even lang duren als bij een groot. De prijs die de klant ziet, is inclusief 21 procent btw.

Gereserveerde sessies zijn een risico: een klant die niet komt, laat een dag leeg die je niet meer vult. Een aanbetaling bij het boeken is een manier om dat risico te delen; hoe je die en je annuleringsvoorwaarden zorgvuldig regelt, staat in het stuk over aanbetaling en annulering in de tattoostudio.

5. Consulten, agenda en klantgegevens

Een tattooshop wordt gekozen op stijl. Je portfolio staat daarom voorop: op je Google-bedrijfsprofiel, op je socialemediakanalen en op je eigen website, met per artist de stijlen waarin hij of zij werkt. Laat nieuwe klanten niet meteen een sessie boeken, maar eerst een consult: een kort gesprek waarin idee, plek, grootte en budget op tafel komen. Hoe je dat consult digitaal voorbereidt, staat in het stuk over het tattooconsult digitaal voorbereiden.

Na het consult volgt de sessie, en die verdient een bevestiging met datum, tijd, duur, adres en je annuleringstermijn, samen met de schriftelijke informatie die je volgens de regeling vooraf moet geven. Een herinnering een of twee dagen vooraf geeft de klant de kans af te zeggen terwijl je de plek nog kunt vullen. Voor de teksten kun je de voorbeelden voor afspraakbevestiging en herinnering gebruiken.

Leg per klant vast wat je bij een volgende sessie of bij een klacht nodig hebt: welk ontwerp, welke plek, welke artist, wanneer, en welke inkt met het batchnummer van het etiket. Vraag je naar gezondheid, bijvoorbeeld naar medicijnen of huidaandoeningen, dan zijn dat bijzondere persoonsgegevens, die je alleen met uitdrukkelijke toestemming vastlegt. Het klantenkaart-sjabloon in de algemene variant is een begin op papier.

Wil je consulten, sessies en herinneringen niet los bijhouden, dan is er software voor tattoostudio’s. Met een systeem als Salon Wizard boeken klanten via je eigen pagina, gaan bevestigingen, herinneringen en annuleringen automatisch per e-mail de deur uit, en blijft elke afspraak met artist en notities op de klantenkaart staan. Aanbetalingen, kassa en boekhouding regel je daarbuiten. Welk systeem je ook kiest: zorg dat consult, sessie en nazorg van één klant op één plek staan.

Voor een tattooshop is de volgorde strenger dan voor andere salons. Eerst de ruimte: het omgevingsplan, en dan inrichten volgens NEN-EN 17169. Daarna de GGD-vergunning, aangevraagd ruim voor je openingsdatum, want zonder vergunning mag je in die ruimte niet tatoeëren. En als derde je inschrijving bij KVK, je prijsopbouw met een minimumprijs en je inkoop bij leveranciers die kunnen laten zien dat hun inkt aan de regels voldoet.

Leg daarnaast vast hoe je leeftijd en toestemming controleert, welke schriftelijke informatie de klant vooraf krijgt en hoe je consulten plant. Dan staat er op de openingsdag een studio die de GGD, de NVWA en je eerste klant alle drie overtuigt.

Tattoo-afspraken coördineren?

Coördineer intake, langere sessies, artiestprofielen, galerie en klantdata.